Guy Ropartz Ps. 136 (137) – Assis sur les berges du fleuve… (1897), voor koor, orkest en orgel

THEMA: Voor alles is er een tijd… , ook voor vergelding?

Zondag 12 maart 10u
– Protestantse kerk aan de Lange Winkelstraat 5, te Antwerpen.
Koor en Orkest van de Brabantse Olijfberg (KOBO), o.l.v. Willem Ceuleers, die ook de partituur aanpaste zodat het werk uitvoerbaar werd.
– Toelichting en bezinning door Dick Wursten.

Als in geen andere psalm worden in Psalm 137 gevoelens van vervreemding èn woede verwoord. By the rivers of Babylon, there we sat down, and there we wept, when we remembered Sion… De Israëlieten zijn gedeporteerd, en er is geen uitzicht op terugkeer. Ze hebben de lier aan de wilgen gehangen. Zing een lied voor ons, brullen de Babylonische beulen hen toe, Een lied van Sion ! Zie ze staan grijnzen. Wraakroepend is het! De toon van de Psalm verandert. De klacht wordt een schreeuw tot God, om vergelding. En de taal is kras, zo rauw als de rouw (om verloren verleden, mensen en dingen)

Tijdens de viering zal dr. Dick Wursten op dit onderwerp nader ingaan. Is er in het christendom plaats voor dit soort gevoelens? En wat dan met ‘hebt uw vijanden lief’ en ‘de andere wang toekeren’ en zo…? [bezinningstekst kunt u hier nalezen]

De toonzetting van Ropartz confronteert de luisteraar èn uitvoerend musicus met deze vraag. Je kunt er niet omheen!A mort! laat Ropartz zingen, want zij hebben het ons ook aangedaan! Seigneur, Seigneur, hebt u het niet gezien, doe er wat aan! De toonzetting brengt dit alles tot leven in een symfonisch muziekstuk voor koor, orkest en orgel, met een kloppende hartslag als ritme… meteen in de eerste noten van de bassstrijkers gezet, vol harmonische en ritmische verrassingen. Een gevoelsdrama in muziek.

tekst en vertaling: zie hier

Guy Ropartz (1864-1955)

(Joseph-)Guy Ropartz (1894-1955) was een Franse componist, geboortig van Bretagne. Zowel dichterlijk als muzikaal begaafd. Hij heeft na z’n studies in Parijs (o.a. bij César Franck! – u hoort het in dit muziekstuk) z’n actieve beroepsleven doorgebracht aan de andere kant van Frankrijk. Hij was directeur van het conservatorium in Nancy , en heeft deze stad echt op de muzikale kaart gezet. Na Wereldoorlog I wordt hij directeur van het conservatorium van Straatsburg. Eens met pensioen (1929), keert hij echter terug naar z’n geboortestreek, waar hij in 1955 overlijdt. Hieronder ziet u hem aan het werk in zijn bureau te Nancy in 1912. De man met pijp herkent u: zijn goede vriend: de violist Eugène Ysaÿe.

Een pre-apocalyptisch levensgevoel?

In 1904 werd de Psalm die wij zondag 12 maart in de Brabantse Olijfbergkerk zullen horen uitgevoerd als voorprogramma van een bijbels oratorium van Saint-Saëns: Le déluge… de zondvloed. De Psalmzetting deelt met Saint-Saëns het gebruik van de orgelsound als zuil, maar dit geheel terzijde.

12 februari: the valley of baca… muziekviering

In de muziekviering van 12 februari [10u Brabantse Olijfberg (Lange Winkelstraat 5)] staat deze keer Psalm 84 centraal: een pelgrimslied. Willem Ceuleers heeft deze getoonzet als een koraal-cantate, d.w.z. doorgecomponeerd met de Geneefse melodie als Leitmotiv

  • viool: JeongSun Goo
  • cello: Hilde van Hoijweghen
  • blokfluit: Bart De Coster, Kristin Meerts, Lisbeth Wolfs
  • traverso: Jef Van Boven
  • dulciaan: Walter Bosmans
  • chitarrone: Koen Becu
  • sopraan: Danielle Van de Vloet
  • mezzosopraan: Heleen Rouwenhorst, Bieke Schiltz
  • bariton: Luk Verlackt
  • bas: Willem Ceuleers

Ds. Edwin Delen zal de homilie verzorgen en heeft als thema gekozen: The Valley of BacaAls u zich afvraagt wat dat nu weer is, dan moet u zeker komen. De formulering komt uit de Psalm zelf (vers 7) Het is een dal waar de pelgrim doorheen moet, en daar gebeurt iets, zowel met de pelgrim als met het dal…

“Blessed are those whose strength is in you,
in whose heart are the highways to Zion.
As they go through the Valley of Baca
they make it a place of springs;
the early rain also covers it with pools.
They go from strength to strength;
each one appears before God in Zion”

26/11 Concert Heinrich Schütz (350 jaar geleden overleden)

Sint Willibrorduskerk – BORGERHOUT (Kerkstraat 89) – 20u

vocaal en instrumentaal ensemble de Completen o.l.v. Bart Schoukens; duiding door Dick Wursten

  • Leuven – Abdijkerk Vierbeek – zaterdag 19 november 2022 – 20.00u
  • Oostende – Kapucijnenkerk zondag 20 november 2022 –  16.00u
  • Antwerpen/Borgerhout – Sint-Willibrorduskerk – zaterdag 26 november – 20.00u

Heinrich Schütz is zonder twijfel de belangrijkste Duitse componist uit de 17e eeuw.  Hij overleed op 6 november 1672 in Dresden, waar hij in 1617 kapelmeester werd bij de keurvorst van Saksen.  De jonge Schütz studeerde 3 jaar bij Giovanni Gabrieli in Venetië, op dat ogenblik het centrum van muziekvernieuwing in Europa.  Tegelijkertijd wordt het Duitsland van Schütz verscheurd door pestepidemies en (godsdienst-)oorlogen.  Al deze elementen hebben grote invloed op het leven en de muziek van Heinrich Schütz.
De Completen brengen verschillende aspecten uit het werk van Schütz naar voor : er wordt geput uit de intieme Italiaanse madrigalen en indrukwekkende Psalmen Davids. Daarnaast worden werken, gecomponeerd ter ere van keizers, huwelijken en vredesverdragen uitgevoerd. We eindigen met delen uit zijn ‘zwanenzang’ om te eindigen met een Latijns Magnificat, dat enkel in manuscript is overgeleverd (Uppsala, verzameling Gustav Düben) en dat niet zou misstaan in de San Marco t.t.v. Monteverdi.

INLICHTINGEN EN RESERVATIE : lieven.van.den.eede@skynet.be

  • 1. Psalmen Davids (1619) Zion spricht : der Herr hat mich verlassen, SWV 46
    • eerste tussenkomst: Schütz, wie was dat?
  • 2. Italiaanse madrigalen (1611) O dolcezze amarissime d’amore, SWV 2
  • 3. Huwelijksmuziek: Haus und Güter erbet man von Eltern, SWV 21
    • tweede tussenkomst: men at war
  • 4. Muziek bij een keizerskroning (1621) Syncharma musicum  « En novus Elysiis », SWV 49
  • 5. Geistliche Chormusik (1648)Tröstet, tröstet mein Volk, SWV 382
  • 6. Symphoniae Sacrae III (1650) Nun danket alle Gott, SWV 418
    • derde tussenkomst: De weg naar binnen
  • 7. Psalmen Davids (1619) Jauchzet dem Herren, alle Welt, SWV 36
  • 8. Manuscript O Bone Jesu, fili Mariae virginae, SWV 471
    • laatste tussenkomst : Opus ultimum
  • 9. Schwanengesang (1671) Psalm 119 (motet IV : Dsaîn und Chet), SWV 485
  • 10. Schwanengesang (1671) Jauchzet dem Herren, alle Welt, SWV 493
  • 11. Manuscript Latijns Magnificat, SWV 468
Handtekening : “Heinrich Schütz
Electoris Capellmeister Manu Proprio

Voor meer achtergrondinfo, lees ook deze pagina

Ach, die predikanten … !

Willem Barnard aan het woord…

Wanneer het gaat over de ‘bediening des Woords’ denkt men meestal aan de ‘preek ‘, de toespraak van een predikant. En ach, die predikanten! Ze zijn ook maar bloedjes van mensenkinderen, zelden loopt er een chrysostomus, een ‘guldenmond’ tussen! Maar waarom zouden wij uitsluitend of zelfs in de eerste plaats denken aan préken als het om die ‘bediening’ gaat?

Voordracht van de Schriften, dat is primair; en uitleg erbij, bescheiden terzijde, verbindende tekst, vingerafdrukken in de marge, dat is de ambachtelijke opdracht van de theoloog!

Maar àls die Schriften dan eens zo naar voren zouden komen, dan zou meteen blijken hoe onontbeerlijk in de gemeente het dichterschap is. Want poëzie is het grootste deel van de bijbel en waar het niet formeel herkenbaar als poëzie afgedrukt staat, is nog de manier van zeggen, ja de manier van denken beeldend, zodanig als in onze cultuur alleen nog bij dichters gevonden wordt. En daarom is geen enkele theorie over ambten of diensten voor mij overtuigend, die niet volmondig spreekt over de dienst van de dichter, het ambt van de voordracht, de musische taak van cantor en lector, vertaler en vertolker ! […] En dikwijls is het ook een zaak van gezamenlijk ter hand (ter keel!) genomen vertolking bij monde van een lied. Het gaat van oudsher in de kerk zingend toe. Het gaat sinds de hervorming in een groot deel van de kerk toe met zang van allen, in koraal, in samenzang. Maar tot nu toe was vaak dat gezang een uiting van vroomheid veeleer dan een inning van geloof. En wij zingen niet in de eerste plaats omdat we pneuma te véél hebben, Geest in volheid, maar omdat we adem te kort komen en al zingende met volle teugen ons het geloof te binnen brengen, herinneren! – Daarom spreek ik met nadruk in dit verband ook over de dienst van het lied, want dat is een mogelijkheid om samen, eenstemmig of in beurtzang, de Schrift te openen, het Woord te bedienen, deel te nemen aan die hoogheilige taak waar meestal in het enkelvoud over gesproken wordt, de taak van verbi divini Minister. Ik kan dáár niet over spreken zonder meteen te spreken over de dienst van het lied. Het lied is een vorm van ‘bediening des Woords’. Als het dat niet is, hoeft het voor mij niet in de kerk. […] Het is niet omdat ik zelf één van het taalambacht ben, dat ik dit zeg. Maar ik merk het telkens weer: mijn geloofsvorm is (wat Frits Mehrtens noemde): zingend geloven.

bron: Willem Barnard, ‘De dienst van het lied’ in Op een zuil zitten. Essays (Haarlem: 1973), blz. 138-40.

Sinxenfoor anno 1576

Dit kleine psalmboekje (het origineel bevindt zich in Leiden, coll. Bibliothèque Wallone) werd in 1576 in Genève gedrukt. Het zijn de 150 berijme Psalmen. Op zich niets bijzonders, maar wel de ‘calendrier’, die erbij gevoegd is, en waarvan u de laatste pagina ziet:

Aucunes foires de France et autres pays

En dan inzoomen op de laatste groep: ‘Les foires d’Anvers’.
En daar ‘la Premiere’.

De Sinxenfoor

Er zijn nog zekerheden in het leven. (Alleen begon de foor toen pas ‘s dindags na Pinksteren, en wat het natuurlijk geen kermis, maar een ‘foor’, een markt)

Zonder Luther geen Bach (concert-lezing)

De ontwikkeling van de kerkmuziek van Luther tot Bach aan de hand van bekende Lutherse koralen.

13 mei (20u) – try out – Antwerpen – Brabantse Olijfberg (vrije bijdrage)
20 mei (20u) Herentals (sint-Waldetrudiskerk) €15/€12vvk
http://www.heiligehuisjes.be/evenement.php?id=ZonderLutherGeenBach

Dick Wursten vertelt het verhaal van de ontwikkeling van de kerkmuziek in de 16de en 17de eeuw. Organist Willem Ceuleers illustreert dit verhaal op het Walcker-orgel van de Brabantse Olijfbergkerk te Antwerpen aan de hand van een aantal koralen die zowel qua tekst als muziek sprekend zijn.

PROGRAMMA

1.   LUTHER EERSTE GEESTELIJKE LIED: Nun freut euch lieben Christen g’mein
(ballade; zingende evangelieverkondiging)
– Matthias Weckman (1616-1674)
– Johann Sebastian Bach: BWV 734

2.   BEWERKING VAN LATIJNSE HYMNE: Veni Creator Spiritus / Komm, Gott, Schöpfer, Heiliger Geist
– Hans Buchner (1483-1538)
– Johann Sebastian Bach (1685-1750) BWV 667 (Leipziger Choräle)

3.   STROPHISCHE BERIJMING VAN EEN PSALM: Ach Gott vom Himmel sieh darein
– Johann Pachelbel (1653-1706)
– Helmut Walcha (1907-1991): (uit ’25 Choralvorspiele’, 1954)

4.   LIED VOOR DE KINDEREN BIJ KERST (Ballade): Vom Himmel hoch da komm ich her
– Heinrich Scheidemann (1595-1663)
– Johann Sebastian Bach, BWV 606 (Orgelbüchlein)

5.   CATECHISMUSLIED: Dies sind die Heiligen zehn Gebot
– Johann Sebastian Bach: BWV 678 (Clavierübung III, grote orgelmis)
– Marcel Dupré (1886-1971): opus 28 nr. 20 (1932)

6.   NA LUTHER:
Wachet auf, ruft uns die Stimme tekst en melodie: Philipp Nicolai (1566-1608)
– Johann Sebastian Bach BWV 645 (Schübler Choräle)
Schmücke dich, o liebe Seele – Johann Franck (1618-1677) melodie: Johann Crüger (1598-1662)
– Johannes Brahms (1833-1897), opus 122 nr. 5 (1896) in Antwerpen
– Johann Sebastian Bach BWV 654 (Leipziger Choräle) in Herentals
Nun danket alle Gott – Martin Rinckart (1586-1649) melodie: Johann Crüger (1598-1662)
– Sigfrid Karg-Elert (1877-1933) uit ‘Choral-Improvisationen’, 1909 opus 65 nr. 59

Kerstliturgie 2021

Op zoek naar het kerstverhaal

voorganger en verteller: Dick Wursten
muzikale leiding en orgel: Willem Ceuleers

Een kerstdienst, opnieuw met de donkere slagschaduw van ‘corona’. We gaan het dan ook wat rustig aan doen. Meer naar binnengekeerd dan uitbundig. Maar wel met muziek. Natuurlijk. Kerst zonder… dat kan niet. Welkom.

Wilt u ook komen en zingt u graag ? Welkom om mee te zingen (hieronder de orde van dienst). Zingt u graag ook eens een andere stem? Dat mag en kan ook. Gewoon vanaf uw zitplaats. Van de liederen hieronder zingen we er ook meerstemmig (Es ist ein Ros van Praetorius bijv). Maar er is meer: een mailtje aan dick@wursten.be en u ontvangt alle nodige muzieknoten… Wilt u meezingen met het beginkoor (de gregoriaanse melodie, choraliter) geef dat dan ook even aan, dan ontvangt u daarvoor ook de gegevens. Er zijn geen repetities, maar voor de kerkdienst kan er worden afgestemd (9u30).

Orde van dienst

ORGELMUZIEK
Jan Pieterszoon Sweelinck (1561-1621): Fantasia
      uit de ‘Lübbenauer Orgeltabulaturen’ (ca. 1640)

Hieronymus Praetorius (1560-1629): A solis ortus cardine (2 verzen)
      uit de ‘Visbyer Orgeltabulatur’ (Berend Petri, 1611)

Welkom
Koor
A solis ortus cardine / Christum wir sollen loben schon.

Votum en groet
Psalmgebed Psalm 2

Orgelvoorspel (Anthoni van Noordt – à 3 – melodie in bas)
ZINGEN : strofe 1 (Geneefse melodei).
Na de lezing van de Psalm, opnieuw Van Noordt – à 4 – melodie in de discant.
      uit ‘Tabulatuurboeck (…)’ (1659):

ZINGEN gezang 132 Er is een roos ontloken (zetting Praetorius)

Evangelielezing Lukas 2
– Vers 1-14
ZINGEN Les anges dans nos campagnes
– Vers 15-20

Korte overdenking
ORGELMUZIEK: Sigfrid Karg-Elert (1877-1933): Vom Himmel hoch da komm ich her (1908)
      uit ‘Choral-Improvisationen, opus 65’:

ZINGEN: ich steh an deiner Krippen hier
Paul Gerhardts kerstlied = gezang 141, Melodie van J.S. Bach. Nederlandse versie met toelichting, en twee coupletten in het Duits tot slot.

Vrij verhaal:
De nukkige keizer op zoek naar het echte kerstverhaal

ZINGEN gezang 145: Nu zijt wellekome

gebeden
ZINGEN Midden in de winternacht
Voor- en tussenspelen naar Louis-Claude Daquin (1694-1772):

Zegen
ZINGEN amen gezang 456

SORTIE: Paul Blumenthal (1843-1930): Allegro brioso
      uit ‘I. Sonate, opus 57’ (1890):



Musikalische Exequien

Ontstaansgeschiedenis

De tekst

Ongeveer een jaar voor zijn dood begint Heinrich Posthumus Reuss (1572-1635, landheer van Gera etc.) zijn eigen uitvaart voor te bereiden. Hij besluit om de koperen grafkist (sarcofaag) waarmee hij in de graftombe van zijn voorouders zal worden bijgezet, te laten versieren met 25 teksten, een afwisseling van bekende bijbelverzen en geliefde lied-strofen. De ‘idee’ komt bij Martin Luther zelf vandaan.  Die heeft in 1542 in een voorwoord bij een gezangboek met ‘liederen voor een christelijke begrafenis’ zelf een schot voor de boeg gegeven, en geschikte bijbelteksten opgelijst. ZIjn statement: “Zulke spreuken en grafschriften zijn veel zinvoller dan al die wereldlijke tekenen, helmen, schilden …” De bijbelteksten zijn bij Reuss ‘gepaard’ aan een liedstrofe (beetje zoals een aria en een koraal in de Cantates/Passies van Bach). De teksten moeten dienen om straks bij zijn uitvaart de aanwezigen op te wekken om zich op een opbouwende manier op de dood voor te bereiden en over het sterven na te denken (zu Erweck: und Übung Gottseliger SterbensGedancken, zo staat het op de liturgie die gedrukt werd). De staatsbegrafenis is een geloofsstatement bij uitstek, met sociale en politieke functie (het is volop oorlogstijd! Heinrich was – overtuigd Luthers – adviseur van de keizer geweest, zelfs van drie opeenvolgende. Hij wist heel goed wat er speelde.)

Hij kiest ook alvast de preektekst waarover de dominee moet spreken in de dienst: Psalm 73, 25-26: Heer, als ik U maar heb, dan heb ik niets meer nodig op hemel, of op aarde. Tenslotte spreekt hij de wens uit dat de inscripties op zijn grafkist , evenals andere door hem gekozen teksten (o.a. de lofzang van Simeon) tijdens zijn begrafenisdienst zouden worden ten gehore gebracht op muzikale wijze. Zijn vrouw wordt pas enkele dagen voor zijn overlijden ingelicht over het bestaan van de kist en de opzet van zijn uitvaart.

Als de vorst na een kort ziekbed overlijdt (3 december 1635), krijgt – dat lijkt tenminste het aannemelijkste scenari – Heinrich Schütz de opdracht om de teksten op muziek te zetten. Schütz stamt uit Kostritz en zijn vader was gehuwd met de dochter van de burgemeester van Gera. Gezien de diplomatieke carrière van Heinrich Reuss, kan het haast niet anders dan dat ze elkaar gekend hebben. In 1617 had Schütz trouwens op verzoek van de vorst een aanbeveling geschreven voor de organisatie van het muziekleven in Gera (kerk, hof en school).  Schütz kwijt zich op ingenieuze wijze van zijn taak en componeert de Musikalische Exequien: een volledige Duitse ‘begrafenismis’ op muziek.

Op 4 februari 1636 (niet toevallig Maria-lichtmis) vond de plechtige uitvaart plaats in de Skt. Johanniskirche in Gera. Hoogstwaarschijnlijk werd de muziek door Gera-er musici uitgevoerd (8 zangers en 1 toetsenist, die op een ‘verdackt orgel’ moet spelen. Een orgel met een kleed erover? discreet opgesteld? Of met ‘gedackt’ register?) Het eerste deel van de muziek klonk voor de preek als Missa brevis, het tweede deel na de preek (als Schriftmotet). Bij de bijzetting in de familiecrypte onder de kerk, klonk het derde muziekstuk, waarbij het koor de lofzang van Simeon zong, terwijl verderop in de kerk twee vrouwenstemmen antwoordden met ‘Zalig zijn de doden, die in de Here sterven’.  

Zelden klonken bijbelse ‘krachtspreuken’ troostrijker dan in deze muzikale toonzetting van 386 jaar geleden.

De muziek

Het eerste deel van de Musikalische Exequien was dus bedoeld als een Missa Brevis, d.w.z. kyrie en gloria. Het 3-voudige kyrie is gemakkelijk te herkennen in de drievoudige roep om erbarming, gericht tot Vader, Zoon en Heilige Geest, zeer gebruikelijk in de Lutherse traditie. Hier heeft Schütz – na de intonatie (uit Job) de bijbelspreuken getoonzet die op de sarcofaag rondom de crucifix afgedrukt en op het hoofdeind zijn afgedrukt. De ‘hoofd-teksten’ zogezegd:

De rest van de compositie vervangt het Gloria. De intonatie is Joh 3:16a (Alzo lief heeft God de wereld gehad… vervangt dus ‘Gloria in excelsis Deo), waarbij het ‘in terra pax’ – waar gewoonlijk het koor begint – de woorden van het vervolg krijgt toegewezen (opdat allen die geloven, niet verloren gaan, maar…). Daarna worden de bijbelteksten die op de sarcofaag staan getrouw door Schütz getoonzet, steeds gevolgd door de liedstrofen die op de sarcofaag er ook bij geplaatst zijn. Deze verbinding van Bijbel met liedstrofen is het echt originele van de tekstkeuze van Heinrich Reuss. Die liedteksten waren even bekend als de bijbelse ‘krachtspreuken’ en men kende ook de melodie die erbij hoorde. In zijn voorwoord verontschuldigt Schütz zich dat hij de gekende melodieën nogal een geweld heeft aangedaan (eerder thematische inspiratie dan citaat). Hij wilde ze qua sfeer, ritme en tonaliteit, integreren in het totaalconcept dat hij muzikaal voor ogen had. Tussen de door solisten vertolkte bijbelteksten en de daaropvolgende door de capella (6-stemmig) gezongen liedboek-teksten bestaat een sterk inhoudelijk verband, vergelijkbaar met de wijze waarop later Bach in de diverse passies, de koralen laat reageren op de aria’s. Schütz heeft zelf een uitgave verzorgd van de muziek. In het voorwoord spreekt hij de hoop uit dat de muziek verder mag leven, niet enkel als begrafenismuziek, maar als een Duitse Missa brevis. Dit was te revolutionair voor zijn tijd. Men was nog gehecht aan de gewone bewoordingen van m.n. het Gloria. Eigenlijk wel jammer, want wat Schütz (en Reuss) hebben bereikt met hun tekstkeuze is een kyrie dat verankerd is in de beleving van sterfelijkheid, eindigheid van de mens, en een gloria dat antwoordt op die ‘condition humaine’ door te verwijzen naar de dragende en reddende kracht van een verinnerlijkt evangelie. Christo-centrisch en tegelijk humaan, humanistisch.

Overzicht en opbouw

klik op de afbeelding

Orde van dienst

  1. Introïtus: Nacket bin ich vom Mutterleibe kommen…
  2. Kyrie en Gloria
    = deel 1 van de Exequien „Concert in Form einer teutschen Begräbnis-Missa“
  3. Lied: Herzlich lieb hab‘ Ich dich, o HERR
  4. Predikatie door Christoph Richter over Psalm 73, vers 25: Wenn ich, HERR, nur dich habe
  5. Aanknopend aan de preek (als Schriftmotet) : het dubbelkorige Motet HERR, wenn Ich nur dich habe
    = deel 2 van de Exequien
  6. Bijzetting van de sarcofaag in de crypte, terwijl het Canticum Simeonis klinkt
    • als dubbelkorig motet: HERR, nun lässest du deinen Diener « unterlegt mit » Selig sind die Toten. = deel 3 van de Exequien
    • als lied: Mit Fried und Freud Ich fahr dahin  (=Luthers strofische versie van het Canticum Simeonis )
  7. Na de zegenspreuk die de viering besluit, zingt de gemeente nog:

Hört auff mit weinen und klagen,
Ob dem Todt niemand zage.
Er ist gestorben als ein Christ
Sein Todt ein Gang zum Leben ist.

De kist

Uit artikel van Werner Breig (Schütz Jahrbuch 2019

Bach & Bijbel

Lezing over Bachs bijbel

Spreker:  Dick Wursten, historicus en theoloog

Wat geloofde Bach zelf eigenlijk? Was hij een ‘vijfde evangelist’ zoals men vroeger wel eens schreef, of was hij gewoon een ambachtsman in dienst van de kerk? Niemand die het weet, want Bach heeft zich over die zaken nooit uitgesproken.

Of toch? In de vorige eeuw werd geheel bij toeval een 17de eeuwse Bijbel met aantekeningen gevonden in Amerika, die aan Bach bleek te hebben toebehoord. Sterker nog: hij heeft passages onderstreept, en af en toe in de kantlijn opmerkingen geplaatst. Niet voor publicatie, maar voor zichzelf.


Pas sinds kort beginnen onderzoekers te beseffen welk een schat aan informatie hierin verborgen zit. De kriebels in de kantlijn, de enkele uitgebreide aantekeningen en de vele onderstrepingen geven ons een inkijkje in Bachs hart.

Dick Wursten neemt ons bij de hand en laat aan de hand van deze bijzondere bijbel zien wat Bach nu echt dacht over de rol van muziek in de eredienst, over het geloof en het christelijk leven.

De Bachliefhebber en boekenuitgever Dingeman Van Wijnen heeft enkele jaren geleden
een facsimile-editie van de ‘Bach-bijbel’ laten maken. Tijdens de lezing zal er een inkijkexemplaar aanwezig zijn.

https://bachindestad.be/evenementen/bach-bijbel/